• Wij verkondigen Jezus Christus als Heer en Verlosser •

Generations of Grace

‘Laat de kinderen begaan en verhinder hen niet bij Mij te komen, want voor zodanigen is het Koninkrijk der hemelen.’ (Mat. 19:14)

Generations of Grace (G.O.G.) is…

Z

Een kinderwerkcurriculum

Met toestemming vertaald naar het Nederlands en aangepast uit het gelijknamig Engelstalig curriculum Generations of Grace.

Z

Compleet

Speciaal ontworpen voor kinderwerkers die ernaar verlangen om heel het raadsbesluit van God te verkondigen aan de volgende generatie. Volledig digitaal te downloaden.

Z

Bijbels en God-gecentreerd

Voor kinderen van 3-12 jaar. In een periode van drie jaar worden alle historische boeken van het Oude Testament, het leven van Jezus en lessen uit Handelingen en Openbaring behandeld.

Z

Diepgaand

Het differentieert zich door de uitgebreide achtergrond bij iedere les die de lesgever steeds meer dan voldoende toerust om Gods Woord door te geven aan de kinderen.

Z

Gezinsgericht

Bruikbaar binnen het hele kinderwerk, dus zowel bij de allerkleinsten als bij de oudere kinderen tot 12 jaar. Iedere week kunnen al deze kinderen op eigen niveau en in eigen klassen genieten van dezelfde lessen. Dit maakt dat ouders thuis het behandeld Bijbelgedeelte achteraf verder kunnen bespreken met hun kinderen.

Z

Interactief

Sterk gericht op interactie tussen de lesgever en de kinderen. Voor de kinderen van 6-12 jaar zijn de Bijbellessen geschreven in vraag- en antwoordformaat. Dit verzekert tijdens iedere les de betrokkenheid van de kinderen en geeft de lesgever de mogelijkheid om na te gaan of de kinderen het allemaal goed begrijpen.

Z

Eenvoudig in opmaak

Iedere les bevat een voorblad dat de kern van de les, doelstellingen en toepassingen omschrijft zodat de lesgevers een idee hebben van wat ze de kinderen kunnen leren. Daarnaast hebben we ook gezocht naar gepaste ideeën en activiteiten die de kinderen extra helpen om de les te begrijpen en te kunnen herhalen.

Beschikbare lessen

Verdeeld over 3 lesjaren.

Voor elke zondag een les.

G.O.G.-layout

Iedere les bestaat uit een 12-tal onderverdelingen die elk op zich op een bepaalde manier bijdragen aan je voorbereiding van de les.

Voorblad
De eerste pagina van iedere les bevat de kernwaarheden en doelstellingen van de les. Hierop vind je een algemeen overzicht. Denk eraan: je zal niet alles kunnen onderwijzen! Kies enkele waarheden en doelstellingen waar je extra aandacht aan wil schenken bij de voorbereiding van de les. Voor, tijdens en na je voorbereiding kan dit blad dienen ter controle om te zien of je niets hebt overgeslagen of ergens teveel bent afgeweken van de tekst.
Achtergrond
Bij iedere les is een uitgebreide achtergrond beschreven die de lesgever hoofdzakelijk ondersteuning biedt tijdens de voorbereiding van de les. Deze achtergrond dient als aanvulling en niet ter vervanging van het Bijbelgedeelte. Het is dan ook aangeraden om deze achtergrond pas te lezen nadat je het Bijbelgedeelte zelf één of meerdere malen hebt gelezen.
Moeilijke woorden
Het curriculum is bedoeld om de lesgever voldoende toe te rusten in de voorbereiding van de Bijbelles. Omdat er binnen het kinderwerk ook veel jongeren actief betrokken zijn, is de achtergrond in goed begrijpbare taal opgesteld. Soms was het gebruik van een niet alledaags woord toch aangeraden of noodzakelijk. Deze woorden zijn hierin dan alfabetisch opgesomd en verklaard.
Interessante weetjes
Tijdens het opstellen van het curriculum kwamen we soms interessante informatie tegen die bijvoorbeeld een bepaalde naam of plaats wat uitgebreider behandelde. Om in de achtergrond niet te zeer af te wijken, zijn deze dan opgenomen in een aparte onderdeel.
Bijbelles
De Bijbelles is een voorbeeldles a.d.h.v. vraag en antwoord. Die helpt de kinderen actief na te denken over de les. Hierbij is een korte inleiding en samenvatting toegevoegd. Deze les dient niet perse als voorleesmateriaal, maar eerder als hulpmiddel bij de persoonlijke voorbereiding van de lesgever. Deze Bijbelles wordt best gebruikt bij een leeftijdsgroep van 6-12 jaar.
Crècheles
Gods Woord onderwijzen kent nooit een te vroege start. Omdat het niet altijd even gemakkelijk is om een Bijbelles voor te bereiden voor de allerkleinsten, hebben we steeds bij iedere les een kleine les uitgeschreven. Deze kan in principe gewoon worden voorgelezen, maar dit hoeft niet. Het doel van deze crècheles is om de lesgever een idee te geven hoe een les uit het te behandelen Bijbelgedeelte er kan uitzien voor de allerkleinsten van 2-5 jaar. (Bij het schrijven van deze lessen is met toestemming geregeld gebruik gemaakt van de kinderbijbels “Dagboekbijbel”, Rhona Davies, Benjamin-Heerenveen, 2007; “Mijn eerste Bijbel”, Pat Alexander, Vuurbaak – Barneveld, 1998; “Kleutervertelboek voor de Bijbelse geschiedenis”, Anne de Vries, Callenbach, 1995 en “Groot Bijbels dagboek voor jong en oud”, B.J.van Wijk, De Banier, 1995.)
Memorievers
Het curriculum is zo opgebouwd dat er steeds een aantal weken een bepaald Bijbelvers extra onder de aandacht wordt gebracht. Dit vers komt dan uit een gedeelte dat gedurende die weken behandeld wordt en vormt een kernvers. Dat vers wordt gedurende die weken iedere week herhaald. Om de kinderen te helpen met het inprenten van dit vers worden er ook creatieve manieren beschreven.
IJsbrekertjes
Dit gedeelte bevat ideeën die de lesgever helpen om de Bijbelles te introduceren of de les van de vorige week te herhalen. Dat wordt ook wel het anticiperend gedeelte genoemd. Voor kleuters kan het bijvoorbeeld zijn dat je eerst moet uitleggen wat een ‘slechte houding’ is vooraleer je aan de les kunt beginnen. Of is het noodzakelijk dat je eerst uitlegt wat een herder of soldaat doet. De les is voor de kinderen zinloos als ze bepaalde concepten of woorden niet begrijpen. Het idee van de ijsbrekertjes is om de kinderen te wijzen naar de komende les. In feite zijn het kleine voorstukjes.
Knutselwerkjes
Om de les op een creatieve manier te herhalen of om de toepassing langs een andere manier te benaderen zijn er creatieve knutselwerkjes toegevoegd. Deze bieden de lesgever de kans om enkele waarheden wat extra in de verf te zetten zodat de kinderen ze beter kunnen onthouden. Ook bieden deze knutselmomenten de mogelijkheid om de Bijbelles in groep verder te bespreken.
Knutselactiviteitjes
Nets als de knutselwerkjes bieden de knutselactiviteiten de mogelijkheid om de boodschap van de les creatief te brengen naar de kinderen. Bij de knutselactiviteiten zijn vooral spelletjes opgenomen die op een of andere manier verband houden met de les. Hierbij wordt de cognitieve ontwikkeling van ieder kind op verschillende manieren gestimuleerd.
Handreiking
Aan het eind van iedere les is een handreiking voor de kinderen bijgevoegd. Deze handreiking bevat de titel, het Bijbelgedeelte, het memorievers en enkele samenvattende vragen van de les. Het is de bedoeling dat ieder kind na de les een afgedrukte versie van deze handreiking mee krijgt zodat het deze thuis samen met de ouders kan invullen. Enerzijds wordt de boodschap van de les hierdoor nogmaals herhaald en anderzijds worden de ouders betrokken met de Bijbellessen die hun kinderen krijgen onderwezen zodat ze hier doorheen de week verder mee aan de slag kunnen.
Kleurplaten
Iedere les bevat twee kleurplaten. Deze kunnen enerzijds dienen als visueel hulpmiddel bij het geven van de les en anderzijds om het knutselmoment vorm te geven. Iedere kleurplaat illustreert een bepaald facet uit het te behandelen Bijbelgedeelte. Vaak geven ze de kinderen een beter inlevingsvermogen om de les te kunnen begrijpen en toe te passen.

Extra lessen

Voor hemelvaart.

En Pinksteren.

Lesvoorbereiding

Een Bijbelles in elkaar steken, doe je niet zomaar. Het vraagt om een tweevoudige voorbereiding, namelijk als eerste die van je eigen hart en als tweede die van de leerstof zelf. Beide voorbereidingen zijn van fundamenteel belang om een goede Bijbelles te kunnen geven. Die voorbereidingen vragen om tijd en energie maar zijn daarbij mogelijk de meest vreugdevolle momenten van je week. Het bestuderen en doorzoeken van de levende waarheid in Gods Woord is een ware verkwikking voor je ziel.

Hoe bereid ik mijn hart voor om een les te geven?

Er zijn drie belangrijke stappen in de voorbereiding van je hart om een les te geven. Als eerste moet je een juist begrip krijgen van wat het Bijbelgedeelte beschrijft en wat het betekent. Ten tweede moet je het toepassen in je eigen leven. En als laatste moet je zorgvuldig nagaan hoe je hetgeen je geleerd hebt, kunt uitleggen en praktisch maken voor de kinderen.

  1. Begrijp het Bijbelgedeelte.
  2. Pas het Bijbelgedeelte toe in je eigen leven.
  3. Vertaal het Bijbelgedeelte naar de leefwereld van de kinderen.
1. Vraag de Heilige Geest om hulp
De Heilige Geest is de uiteindelijke Auteur van de Bijbel. Het is daarom noodzakelijk dat je om Zijn hulp vraagt tijdens je voorbereidingen van een Bijbelles. Praktisch betekent dat dat je moet bidden. Bidden is niet zomaar een van de stappen in je voorbereiding. Het moet je hele week in beslag nemen. Enkel maar beginnen en eindigen met gebed is niet voldoende; alle elementen van je voorbereiding zouden doordrenkt moeten zijn van gebed. Het is geen onderdeel dat je kan afvinken. Het is een voortdurende houding en levenswijze. Het eindigt zelfs niet wanneer je met de Bijbelles begint. Gebed is meer dan een van de stappen in je voorbereiding. Lesgevers zouden voor, tijdens en na hun voorbereiding moeten bidden.  
2. Bestudeer Gods Woord grondig zodat je het juist begrijpt
Een les geven waarin God centraal staat, kan niet zonder een juist begrip van Gods Woord. De allerbelangrijkste vraag die je jezelf moet stellen wanneer je de Bijbel bestudeert, is: ‘Wat wilde de schrijver meegeven aan zijn publiek?’ Zonder een juist begrip van Gods Woord zullen de volgende twee stappen niet alleen moeilijk zijn, maar ook leiden tot fouten en misopvattingen. Tip: Een behulpzame bron om je Bijbelstudievaardigheden aan te scherpen is ‘De stekker in het contact’ van Ruud van der Ven.

“Beijver u om uzelf welbeproefd voor God te stellen, als een arbeider die zich niet hoeft te schamen en die het Woord van de waarheid recht snijdt” (2 Timotheüs 2:15).

Er zijn zes kernvragen die je jezelf moet stellen wanneer je op zoek bent naar de bedoeling van de auteur.

  1. Wat is het doel van het boek?
  2. Wat is de bredere context van het Bijbelgedeelte?
  3. Wat is de onmiddellijke context van het Bijbelgedeelte?
  4. Wat is het belangrijkste punt van het Bijbelgedeelte?
  5. Welke tijdloze principes leert het Bijbelgedeelte?
  6. Hoe wil God dat ik deze waarheden toepas?

Om deze vragen te beantwoorden lees je het Bijbelgedeelte best verschillende keren na elkaar en schrijf je de observaties die je ondertussen maakt op een apart blad. Als je begint met het bestuderen van een nieuw boek is het aan te raden om de korte uitleg van het desbetreffende boek in het boek van Jim George ‘De Bijbel in 66×10 minuten’ te raadplegen. Dit geeft je een beter algemeen overzicht van het boek en zijn inhoud. Daarna lees je de achtergrond die beschreven staat in de les die je wil geven. Schrijf daarbij vragen op als ‘Wat betekent dit woord?’ en ‘Waarom wilde God dat hij dit deed?’ Vervolgens kan je proberen om het Bijbelgedeelte in één zin samen te vatten. Als laatste som je het verloop van het Bijbelgedeelte op in enkele korte puntjes. Dat alles neemt wat tijd in beslag, maar als je iedere dag een stap voorbereidt , vraagt het telkens slechts enkele minuutjes van je dag.

  • Lees het Bijbelgedeelte verschillende keren.
  • Noteer je vragen.
  • Lees de achtergrondinformatie.
  • Vat het Bijbelgedeelte samen in één zin.
  • Som het verloop van het Bijbelgedeelte op in korte puntjes.
3. Herken Gods karakter en handelingen
Wanneer je een Bijbelgedeelte bestudeert en de boodschap beter begint te begrijpen, mag je niet vergeten dat de Bijbel Gods verhaal is. Hij is het middel waarop God Zichzelf heeft kenbaar gemaakt aan de mensheid. Hij leert ons hoe we naar Hem moeten reageren. Al de geboden, werken en woorden van God vloeien voort uit het karakter en de wil van God. Als je dan een Bijbelgedeelte leest, moet je jezelf, naast de voorgaande zes vragen, enkele belangrijke vragen stellen. Enkele voorbeelden hiervan zijn: Hoe is God in dit Bijbelgedeelte? Welke karaktereigenschap van God komt hierin naar voor? Worden er enkele karaktereigenschappen van God specifiek vermeld in dit gedeelte? Welke karaktereigenschappen worden in de context weergegeven? Welke karaktereigenschappen komen in het Bijbelboek op zich aan bod?

  • Herken de specifiek vermelde karaktereigenschappen van God.
  • Herken de toegepaste karaktereigenschappen van God.
  • Herken de karaktereigenschappen in de context.
  • Herken de karaktereigenschappen in het Bijbelboek.

Het is belangrijk dat je jezelf afvraagt wat God in het Bijbelgedeelte doet en hoe deze handelingen passen in Zijn grote plan van verlossing in de Bijbel. Het is verleidelijk om de kinderen een goede moraal en gehoorzaamheid bij te brengen in de plaats van hun te onderwijzen wie God is en wat Hij van hen verwacht. Toch zou ons doel van het onderwijs het verheerlijken van Gods karakter moeten zijn! Enkel wanneer kinderen Gods karakter en wil begrijpen en zich hieraan onderwerpen, zullen ze in staat zijn om Jezus Christus als hun Redder te erkennen en Hem te volgen. Het allerbelangrijkste dat wij voor kinderen kunnen doen, is hen leiden naar Jezus Christus.

“Spreek tot heel de gemeenschap van de Israëlieten, en zeg tegen hen: Heilig moet u zijn, want Ik, de HEERE, uw God, ben heilig” (Leviticus 19:2).

“Ezra had immers zijn hart erop gericht om de wet van de HEERE te onderzoeken, om die te doen en om in Israël de verordeningen en bepalingen te onderwijzen” (Ezra 7:10).

“Overdenk deze dingen, leef erin, opdat uw vorderingen op elk gebied openbaar worden. Geef acht op uzelf en op de leer. Volhard daarin. Want wanneer u dat doet, zult u zowel uzelf behouden als hen die u horen” (1 Timotheüs 4:15-16).

We weerspiegelen en verheerlijken Gods karakter wanneer we Hem gehoorzamen.

4. Pas de waarheden van Gods Woord toe in je eigen leven
“De ware kracht van het onderwijs in het kinderwerk zit niet in methoden, hoe belangrijk het ook mag zijn om de beste te hanteren, noch in materialen, hoe waardevol deze ook mogen zijn, maar in het geestelijk leven van de lesgever zelf!” (J.R.Miller) Vraag God in gebed dat Hij je toont hoe je het Bijbelgedeelte dat je wil onderwijzen kan toepassen in het dagelijks leven. Gebruik de studie van de voor te bereiden les als onderdeel van je persoonlijke stille tijd. Bid, overdenk, noteer en vraag God om een nederig en oprecht hart. Het is veel beter dat je de kinderen iets leert wat God heeft onderwezen dan dat je de kinderen louter een verhaal vertelt dat je niet hebt weten toepassen in je eigen leven. Het kan soms verleidelijk, maar ook gevaarlijk zijn om een les voor te bereiden zonder de toepassing te maken naar je dagelijks leven.

  • Bid om Gods leiding doorheen je studie.
  • Ga op zoek naar specifieke gebieden in je leven die veranderd moeten worden.
  • Onderwijs de kinderen wat God je heeft geleerd.
5. Verkondig de glorie van God
Het basisdoel van het onderwijzen van de Bijbel is het verkondigen van de glorie van God en om alle mannen, vrouwen, jongens en meisjes op te roepen tot berouw, inkeer en aanbidding. Het boek Deuteronomium zegt het zo: “Daarom zult u de HEERE, uw God, liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel en met heel uw kracht” (Deut.6:5). We horen te tonen wie God is en hoe we Hem horen lief te hebben. We onderwijzen de verhalen van de Bijbel om de kinderen kennis te laten maken met de God van de Bijbel. Tijdens iedere Bijbelles zouden we de antwoorden op de volgende vragen moeten geven: ‘Wie is God?’, ‘Wat heeft Hij gedaan?’, ‘Wat wil Hij?’, ‘Hoe moet ik reageren?’ Je kinderen zouden iedere week tijdens de Bijbelles rechtstreeks geconfronteerd moeten worden met God.

Hoe bereid ik een Bijbelles voor?

Eenmaal je al de principes, feiten en karaktereigenschappen van God vanuit de tekst bij elkaar hebt verzameld, is het tijd om een les in elkaar te steken die aangepast is aan het niveau van de groep en die goed te onthouden is. Je hoort te zoeken naar een manier om de waarheden uit de les zo te brengen dat kinderen deze kunnen begrijpen en toepassen. Het Generations of Grace -curriculum is zo gestructureerd dat het je helpt om dat proces te doorlopen. Hier zijn enkele praktische tips om je op weg te helpen.

1. Herken het belangrijkste principe
Wat is de boodschap die God wil doorgeven aan je kinderen? Vat deze boodschap beknopt samen in één of enkele zinnen. Voorbeeld: Lees Genesis 4:1-16, het verhaal over Kaïn en Abel. De hoofdzaak van dit Bijbelgedeelte is dat na de zondeval de mensheid al gauw overging tot de ergste graad van zonde, zelfs tot het uitmoorden van familieleden. Er zijn veel belangrijke lessen die we kunnen leren uit dit gedeelte. Bijvoorbeeld:

  • De zonde is een machtige vijand in ons die ons kan beheersen.
  • God is barmhartig maar straft zondaars nog steeds.
  • God wil dat mensen met goede houdingen en daden gehoorzamen.

En er zijn nog tal van andere leerzame lessen. Voor dit voorbeeld kiezen we voor de tweede les uit het Bijbelgedeelte: “God is barmhartig maar straft zondaars nog steeds.” (Zie Genesis les 3 ”Kaïn rebelleert tegen God.”) Een gepast doel van deze les kan zijn: Het verhaal over Kaïn en Abel toont ons aan dat God zondige houdingen en daden bestraft.

2. Som het verloop op in korte punten
Eenmaal dat je het hoofddoel van de les geformuleerd hebt, is het tijd om het verloop van het Bijbelgedeelte op te sommen. Dit verloop dat je tracht te vormen helpt je achteraf om de rest van de les in elkaar te steken. Dat verloop zou je doorheen de week zelf verschillende keren moeten herhalen zodat het je eigen wordt. Tijdens je studieproces zal God bepaalde waarheden en toepassingen in je hart naar voren brengen. Zolang je trouw blijft aan de betekenis van het Bijbelgedeelte kan je verschillende aspecten en toepassingen van het Bijbelgedeelte belichten. Hieronder een voorbeeld van een verloop. Genesis 4:1-16 Hoofddoel: Het verhaal van Kaïn en Abel toont ons dat God zondige houdingen en daden bestraft.

  1.   Aanleidingen tot zonde (Gen.4:1-8)
    1. Zondige daden
    2. Zondige houdingen
  2. Reacties op zonde (Gen.4:9-15)
    1. Kaïns reactie op God
    2. Gods reactie op Kaïn
    3. Gods straf voor Kaïn (Gen.4:9-12)
  3. Onze reactie op zonde (toepassing)
    1. Beheers haar (Gen.4:7)
    2. Belijd haar (1 Joh.1:9)
    3. Vraag om vergeving
3. Pas de boodschap toe
Eenmaal je het verloop opgesomd hebt, is het tijd om na te gaan hoe de les bij je kinderen kan onderwezen en toegepast worden. Denk aan volgende vragen bij je lesvoorbereiding: Zijn er moeilijke woorden of concepten die extra verklaring nodig hebben? Neem niets als vanzelfsprekend aan. Welke ideeën zou je aan de kinderen moeten onderwijzen vooraleer je de eigenlijke les begint zodat de kinderen zullen begrijpen waar het over gaat? Hoe kan hetgeen je gaat leren, toegepast worden in de leefwereld van de kinderen? Deze vragen kan je beantwoorden terwijl je het geestelijk niveau van je kinderen in gedachten houdt. Observeer hun gedrag en stel vragen over hun motieven. Vraag hun ouders welke moeilijkheden hun kinderen momenteel doorworstelen.

  • Houd specifieke kinderen van je doelgroep in de gaten.
  • Herken bepaalde woorden en concepten die voor de les om korte uitleg vragen.
  • Ga na wat de kinderen de komende week gaan doen en op welke manier ze de kennis van deze les zullen nodig hebben om God te eren.
  • Observeer het geestelijk niveau van je kinderen.
  • Zoek uit welke moeilijkheden je kinderen ondergaan.

Themalessen

De vervolgde Kerk.

Een Bijbelse kijk op vervolging.

Lesgeeftips. Hoe geef ik een doeltreffende Bijbelles?

1. Hou rekening met de aandachtstijd van de kinderen

Veel volwassenen zijn het gewoon om in een kerk 30 à 60 minuten te luisteren naar een predikant. Als gevolg denken ze dat de kinderen dit ook moeten kunnen en maken ze hun Bijbelles veel te lang. We neigen te denken: “Er is zoveel goeds in dit Bijbelgedeelte. Ik wil er meer over vertellen.” Toch is het vaak beter om één onderwerp uit te diepen dan om drie onderwerpen aan te kaarten. Probeer niet om teveel materiaal te bespreken. Alle kinderen hebben moeite om meer dan 20 minuten stil te zitten. Daarom kan je eventueel de volgende algemene richtlijn in je achterhoofd houden: neem de leeftijd van het kind en tel daar vijf minuten bij op om de gemiddelde aandachtstijd te bepalen. Dit zou betekenen dat een jongen van 7 jaar gemiddeld 7+5= 12 minuten zijn aandacht erbij kan houden. Wanneer je stilaan beter onderlegd wordt in het lesgeven, kan je de lessen iets langer maken. Tips:

  • Aandachtstijd = de leeftijd van het kind + 5 minuten
  • Het is beter om één onderwerp uit te diepen dan om drie onderwerpen aan te kaarten.

2. Maak het onvergetelijk

Kinderen kunnen niet toepassen wat ze niet kunnen onthouden. Ze kunnen niet gehoorzamen wat ze niet hebben begrepen. Het is noodzakelijk dat je helder en enthousiast bent wanneer je de kinderen lesgeeft. Dit vraagt ook om tijd en creativiteit.

“Deze woorden, die ik u heden gebied, moeten in uw hart zijn. U moet ze uw kinderen inprenten en erover spreken, als u in uw huis zit en als u over de weg gaat, als u neerligt en als u opstaat. U moet ze als een teken op uw hand binden en ze moeten als een voorhoofdsband tussen uw ogen zijn. U moet ze op de deurposten van uw huis en op uw poorten schrijven” (Deuteronomium 6:6-9).

Het woord ‘inprenten’ in het bovenstaand Bijbelgedeelte verwijst enerzijds naar het beeld van een Schriftgeleerde die een stenen tablet neemt en voorzichtig zijn woorden erin graveert om een onuitwisbare indruk achter te laten. Anderzijds illustreert het woord het telkens opnieuw herhalen van gravures zodat de sporen hiervan dieper en dieper worden. Zo zouden we de wekelijkse Bijbellessen moeten beschouwen. We moeten de kinderen op zo’n manier onderwijzen dat ze Gods Woord eenvoudigweg niet kunnen vergeten. Dit vraagt om creativiteit, een Bijbelles vol toewijding en herhaling. We moeten de kinderen bij iedere gelegenheid trouw blijven onderwijzen.

“Wees dan op uw hoede dat u de HEERE, Die u uit het land Egypte, uit het slavenhuis, geleid heeft, niet vergeet” (Deuteronomium 6:12).

“Zodat zij hun hoop op God stellen en Gods daden niet vergeten, maar Zijn geboden in acht nemen” (Psalm 78:7).

Van een Joodse vader werd verwacht dat hij zijn kinderen doorheen alledaagse situaties de Schriften onderwees zodat de kinderen de duidelijke raakvlakken begrepen. Hij moest dit steeds maar weer opnieuw doen zolang de kinderen thuis woonden. Dit moet jij ook doen. Wanneer je een les geeft maak je best gebruik van een of twee van de volgende audiovisuele hulpmiddelen. Deze zullen de kinderen helpen om hun aandacht erbij te houden en het concept dat je onderwijst beter te begrijpen. Audiovisuele middelen zijn een doeltreffende hulp om de les in het geheugen van de kinderen te prenten. Je kunt niet in iedere les alle hulpmiddelen gebruiken, maar wanneer je iedere les één of twee middelen toepast, zal je al gauw merken dat de leercapaciteit van de kinderen toeneemt.

Creatieve beelden
In feite is dit niets meer dan een visueel hulpmiddel. Gebruik voorwerpen, taferelen, kleding en afbeeldingen. Versier het leslokaal naar de stijl van de Bijbelles. Een flanellen bord, tekeningen, taferelen en prenten geven de kinderen een beeld om naar te kijken terwijl je lesgeeft. Als je een reeks afbeeldingen hebt, haal je ze best één voor één naar boven. Zo zullen de kinderen uitzien naar wat er komen zal.
Buitensporige geluiden
Maak gebruik van verschillende geluiden terwijl je lesgeeft. Maak je stem zachter en fluister zelfs of verhef je stem zeer luid. Maak geluidseffecten na zoals spattende golven, trompetgeschal of schuifelende voeten. Muziek is ook een effectief hulpmiddel. Gebruik liedjes om het idee dat je wilt weergeven over te brengen. Laat de kinderen bepaalde verzen of zinnen herhalen op ritmische melodieën.
Warme affectie
“Affecties zijn de meer doortastende en praktische oefeningen van de wil en de geneigdheid van wil en ziel.” – Jonathan Edwards Affecties zijn de emoties die maken dat we actie ondernemen. Affecties kunnen goed en slecht zijn. Ze kunnen ons tot zonde misleiden of tot rechtvaardigheid aansporen. Als we ze onderwerpen aan Gods Woord kunnen ze een hulpmiddel zijn in het onderwijs. De grootste predikanten hebben dit element begrepen. Het is geen manipulatie! Het is eerder Gods Woord toestaan om ons gevoel te beïnvloeden. Er is altijd een emotioneel element in goed onderwijs. Soms noemen we dit ‘passie’. Denk eens na over volgende woorden die in de Bijbel in verband met een gebod voorkomen: liefhebben, verheugen, vertrouwen en vrezen. Deze woorden hebben allemaal een emotioneel element. Zowel Petrus als Paulus wisten deze affecties op een correcte manier te gebruiken.

“Hoewel u Hem niet gezien hebt, hebt u Hem toch lief. Hoewel u Hem nu niet ziet, maar gelooft, verheugt u zich met een onuitsprekelijke en heerlijke vreugde” (1 Petrus 1:8).

“Want wij moeten allen voor de rechterstoel van Christus openbaar worden, opdat ieder vergelding ontvangt voor wat hij door middel van zijn lichaam gedaan heeft, hetzij goed, hetzij kwaad. Nu wij dus deze vrees voor de Heere kennen, bewegen wij de mensen tot het geloof; en voor God zijn wij openbaar geworden, maar ik hoop ook voor uw gewetens openbaar te zijn” (2 Korinthe 5:10-11).

We vinden het geen probleem om te roepen en te schreeuwen tijdens een voetbalwedstrijd die weinig eeuwige waarde heeft, maar tijdens een Bijbelles met eeuwige waarde vinden we het vreemd om emoties te gebruiken. Wanneer een gedeelte van het verhaal droevig is, dan vertellen we het ook op een droevige manier. Wanneer een bepaalde figuur in de Bijbel spreekt, ga dan na in welke gemoedstoestand hij dit zegt en communiceer dit dan ook naar de kinderen. Het boek Psalmen is gevuld met emotioneel geladen taalgebruik. Wanneer je spreekt over de hemel of de goedheid van God is het logisch dat je dit zou doen met een uitnemende vreugde. Maar als je spreekt over de hel of Gods toorn doe je dit met een diepe zorg, gewichtigheid en droefenis. Gebruik de emoties die overeen komen met de waarheden die je verhaalt.

Geanimeerde handelingen
Leren is een geestelijk, cognitief en fysiologisch proces. Studies tonen aan dat mensen meer informatie opslaan als er lichaamsbeweging bij betrokken wordt. Wanneer onze hersenen actief zijn en ons bloed goed doorstroomt, leren we beter. Dat is zeker waar voor kinderen. Dat betekent dat we bepaalde actiemomenten moeten inplannen in onze les. Enerzijds kunnen we zelf actieve bewegingen gebruiken en anderzijds kunnen we de kinderen vragen om actief betrokken te zijn bij de les. Laat de kinderen geregeld rechtstaan, eens diep ademen of iets uitbeelden tijdens de les. Dit brengt een goede bloeddoorstroming teweeg en helpt hen om de aandacht erbij te houden. Gebruik handgebaren, spelletjes of andere gecontroleerde bewegingen tijdens de Bijbelles om de kinderen te doen herinneren wat ze leren. Let er wel op dat je niet teveel van zulke momenten inlast en dat deze gecontroleerd blijven. Het is niet moeilijk om een kind overprikkeld te maken. Het is een misopvatting om te denken dat de kinderen hun ‘uitlaatklep geregeld moeten gebruiken’. Het gebeurt bijna nooit dat een lesgever de kinderen actief aan het luisteren krijgt nadat ze ‘hun uitlaatklep even hebben mogen gebruiken’. Gebruik activiteiten, maar wees er voorzichtig mee. Tip: Iedere les van het G.O.G.-curriculum bevat knutselactiviteitjes met spelletjes, activiteiten en andere ideeën om de kinderen actief te onderwijzen. Kinderen kunnen zo de waarheid leren, actief zijn en er plezier aan beleven.

  • Wees bewust actief.
  • Houd het minimaal en gecontroleerd.
Aandacht trekken
Je hebt vast wel eens horen zeggen: “Je kan een paard naar het water leiden, maar je kan het niet doen drinken”. Dit kan best zijn – maar je kunt wel zijn haver zouten! Je kan een dorst creëren bij je kinderen, een aantrekking naar wat Gods Woord te zeggen heeft. Er zijn verschillende manieren om dit te doen. Als eerste moet je zelf enthousiast zijn. Gedraag je alsof, en geloof, dat de les van vandaag de meest belangrijke les is die de kinderen ooit hebben gehoord. De week erop doe je exact hetzelfde. Laat je liefde voor Zijn Woord en Zijn karakter in je les doordringen. Varieer de toon en het volume van je stem. Wees enthousiast over wat je onderwijst. We hebben allemaal al artikels gelezen of documentaires bekeken over dingen die totaal buiten ons interessegebied lagen. Maar als de schrijver of spreker enthousiast is, lezen of luisteren we toch.

  • Toon enthousiasme.
  • Toon je liefde voor God.
  • Toon je oprechtheid.
  • Toon variatie.
Stel vragen
Begin en eindig je les met het stellen van vragen. Niet de eenvoudige ja-of-nee-vragen. Vraag hoe-, waarom- en wat-vragen. Stel vragen die de kinderen dwingen om hetgeen ze hebben geleerd toe te passen. Kinderen zijn het meest betrokken bij de les wanneer je hun geregeld vragen stelt. Stel aan het eind van de les vragen om te controleren of ze hebben begrepen wat je hun wilde leren. Iemand schreef eens: “Je hebt niets onderwezen als ze niets hebben geleerd.” De enige manier om erachter te komen of je kinderen het hebben begrepen, is het stellen van vragen.

  • Stel open vragen.
  • Stel vragen die de kinderen kunnen beantwoorden.
  • Stel vragen uit het Bijbelgedeelte: “Wat zei de Bijbel?”
Gebruik alledaagse illustraties
Een van de beste middelen om de kinderen te helpen begrijpen en onthouden is een illustratie uit het alledaagse leven. Wanneer je het hebt over ongehoorzaamheid gebruik je best een voorbeeld uit je eigen leven of illustreer je iets dat de kinderen zelf hadden kunnen meemaken. Illustraties kunnen een hulp zijn om abstracte concepten uit te leggen of om de kinderen de waarheid te laten toepassen in een alledaagse situatie.
Bewerk een verlangen naar gehoorzaamheid
Gehoorzaamheid is niet bedoeld als een slavenjuk. We worden gezegend wanneer we gehoorzamen. Zegenen betekent in feite “gelukkig maken”. We moeten de zegen (het geluk) dat bij gehoorzaamheid hoort, tonen. Roep je kinderen doorheen de les op om gehoorzaam te zijn. Moedig de kinderen aan en pleit bij hen ervoor om hetgeen ze hebben gehoord te gehoorzamen. God verwacht van ons dat we de Bijbel gehoorzamen, niet dat we zomaar feiten onthouden. We zijn niet enkel hoorders van het Woord maar ook daders (Jakobus 1:23-25). Laat je kinderen niet ronddolen door hun niet te tonen hoe ze de boodschap kunnen gehoorzamen. Toon het hun en vraag hun om de goede en heilige God van het universum te gehoorzamen.

  • Moedig de kinderen aan tot gehoorzaamheid.
  • Geef hun iets specifiek om te gehoorzamen.
  • Leg de voordelen van gehoorzaamheid uit.
  • Waarschuw tegen ongehoorzaamheid.

“ Zodat zij hun hoop op God stellen en Gods daden niet vergeten, maar Zijn geboden in acht nemen” (Psalm 78:7).

“Luister dan, Israël, en neem ze nauwlettend in acht! Dan zal het u goed gaan en zult u zeer talrijk worden – zoals de HEERE, de God van uw vaderen, tot u gesproken heeft – in het land dat overvloeit van melk en honing” (Deuteronomium 6:3).